In de afgelopen regeerperiode zijn de toch al beperkte middelen voor kunst en cultuur nog verder afgenomen. Het kabinet had geen duidelijke visie op het beleid, waardoor geen duidelijke keuzes zijn gemaakt in de Cultuurnota 2005-2008. Bij deze subsidieverdeling onder kunstinstellingen is de ‘kaasschaafmethode’ toegepast (overal wat vanaf). Daarnaast adviseerde de Raad om de overgebleven subsidies te verdelen naar recent geleverde ‘artistieke kwaliteit’. GroenLinks vindt dat een vage en te eenzijdige en behoudzuchtige omschrijving.

Deze koers versterkt de bestaande verhoudingen in de kunstensector. Grote en commercieel aantrekkelijke producties zullen gemakkelijk overleven. Nieuwkomers en kleinere gezelschappen worden juist (meer) op achterstand geplaatst. Dit gaat ten koste van maatschappelijk vernieuwende, kritische, onafhankelijke, tegendraadse, emanciperende en experimentele kunst. Met name de ondersteunende instellingen, die op dit gebied vaak een belangrijke functie vervullen, zijn te veel gekort. Ook dreigen enkele regio’s onevenredig te worden getroffen door een opeenstapeling van lokale, regionale en landelijke bezuinigingen. Een evenwichtige spreiding van het kunst- en cultuuraanbod komt hiermee in gevaar. Dit terwijl de vraag naar- en aanbod van kunst zich niet alleen beperkt tot de grote steden. GroenLinks vindt dat kunst ook daarbuiten voor burgers toegankelijk moet blijven.

Slechts 0,7 procent van de rijksbegroting wordt besteed aan kunst en cultuur. GroenLinks vindt dat dit tenminste één procent zou moeten zijn. Om kunstproducenten tegelijkertijd onafhankelijker van overheidssteun te maken, zou serieuzer moeten worden gewerkt aan ‘cultureel ondernemerschap’. Dat kan door meer startsubsidies te verlenen, regelvrije economische zones in het leven te roepen, culturele ‘broedplaatsen’ te stimuleren en te beschermen, en de arbeidsvoorwaarden te verbeteren. Natuurlijk profiteert de kunstensector van een goed draaiende economie. Maar dat geldt ook andersom: Als de kunsten, zonder economische dwang, de kans krijgen om te bloeien, profiteert de economie daar ook van. Een levendig kunstenklimaat vormt een essentiële stimulans voor onze creatieve economie. In een innoverende kenniseconomie vormen onderwijs, cultuur en creativiteit de leidraad. Die creativiteit hebben we hard nodig om Nederland in de toekomst welvarend te houden.